Jaarstukken 2019

Paragrafen

Financiering (Treasury)

Marktontwikkeling en rentevisie

Bepalend voor de ontwikkelingen van de korte rente is het monetaire beleid van de Europese Centrale Bank (ECB). Doelstelling is om de inflatie onder de 2% per jaar te houden. Daarnaast verzorgt de ECB onder andere de uitgifte van bankbiljetten, verricht de ECB valutamarktoperaties en probeert de ECB een goede werking van het internationale betalingsverkeer te bevorderen. Op 10 maart 2016 verlaagde de ECB de refirente (herfinancieringsrente) voor het laatst met vijf honderdste procent naar 0,000%.

De lange rente (20 jaar) is eind 2019 0,7 (was eind 2018 1,25%) en is in relatie tot de korte rente relatief hoog. Dit wordt vooral veroorzaakt door de opslag (risicopremie) die door de marktpartijen wordt verdisconteerd in het rentetarief. We hebben voor het laatst per 1 november 2017 een langlopende geldlening afgesloten van € 2,75 miljoen voor 20 jaar tegen een rente van 1,29%.

Omslagpercentage
In de kapitaallasten wordt het omslagpercentage gehanteerd .
Dit percentage komt tot stand door alle rentekosten in een jaar op te tellen en te delen door de boekwaarde van de investeringen per 1 januari 2019.

 Totale rentekosten in 2019:

- Boeterente + transitorische rente

 memorie

- Rente langlopende geldleningen

          1.197.502

- Rente waarborgsommen

                   311

- Rente tekort financieringsmiddelen over € 7 miljoen, kasgeldlimiet (0%)

0,00%

              36.479-

- Rente tekort financieringsmiddelen

1,75%

              12.470

- Rente eigen financieringsmiddelen

1,98%

          1.325.778

(gewogen % over de lang en kort aangetrokken financieringsmiddelen)

          2.499.582

Van deze rentekosten moet nog wel de rente van de kapitaalverstrekkingen worden afgetrokken, zoals voor de bouwgrondexploitatie en de andere verstrekte geldleningen.

 Rente kapitaalverstrekking aan:

- investeringen met een vast rente percentage

            244.403

- investeringen met een omslag percentage

          2.255.179

De totale boekwaarde van de investeringen bedroeg per 1 januari 2019 € 84.440.000.
Als je de boekwaarde van de kapitaalverstrekkingen per 1 januari 2019 hiervan aftrekt blijft er een boekwaarde van € 69.548.000 over voor het omslagpercentage.

In schema ziet dit er als volgt uit:

Boekwaarde:

Boekwaarde investeringen per 1 januari:

        84.440.562

Af: Boekwaarde kapitaalverstrekkingen:

    investeringen met een vast rente percentage:

 Rente

 BW

        14.892.455

Bouwgrondexploitatie

1,23%

      131.194

 10.679.110

Geldleningen particulieren + Breedband

        37.341

   2.616.128

Geldlening aan WBV Smilde

        75.868

   1.597.217

      244.403

 14.892.455

    investeringen met een omslag percentage

        69.548.108

De berekening van de omslagpercentage wordt dan de totale rentekosten gedeeld door de boekwaarde per 1 januari 2019:

Omslagpercentage:

   2.255.179

    1% van

 69.548.108

Omslagpercentage

                  3,24

Omslagpercentage afgerond

                  3,00

Het omslagpercentage komt uit op 3,24.
Bij de begroting hadden we het percentage afgerond op 3%.
Dit betekent dat er een renteresultaat is van ruim € 168.000 negatief.

Renteresultaat:

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

   2.255.179

In werkelijkheid toegerekende rente (renteomslag)

   2.086.443

Renteresultaat

     -168.736

Rentepercentage voor de bouwgrondexploitatie
De methode voor het hanteren van het rentepercentage voor de bouwgrondexploitatie is als volgt. Het gewogen gemiddelde rentepercentage van de leningenportefeuille van de gemeente naar verhouding Vreemd Vermogen / Totale Vermogen zonder de projectfinanciering.

 Eigen vermogen:

de stand van het eigen vermogen per 01-01-2019

        36.213.000

de stand van het vreemd vermogen per 01-01-2019

        59.334.065

de verhouding VV/TV

62%

het gewogen gemiddelde rentepercentage over het VV

1,23%

In de begroting is rekening gehouden met een percentage van 2,11.

Rente over de eigen financieringsmiddelen
De BBV geeft de mogelijkheid om de zogenaamde bespaarde rente ten gunste te brengen van de exploitatie.
Met de bespaarde rente wordt bedoeld de rente die bespaard wordt, omdat we reserves en voorzieningen hebben. Hiervoor hoeven we geen langlopende geldleningen aan te trekken.
De rente over de eigen financieringsmiddelen wordt bepaald door het gewogen percentage over de lang en de kort aangetrokken financieringsmiddelen.

Te betalen rente:

de te betalen rente bedraagt over de langlopende geldleningen

          1.197.814

de te betalen rente over de kasgeldleningen

             -24.009

de totale te betalen rente bedraagt

          1.173.804

het te betalen gemiddelde rentepercentage over het VV

1,98%

In de begroting is rekening gehouden met een percentage van 3,37. Dit percentage hebben we aangehouden.
Renteresultaat
In onderstaand schema is te zien op welke wijze het renteresultaat op het taakveld treasury is berekend.

Renteschema t.b.v. de paragraaf financiering

a

de externe rentelasten over de korte en lange financiering

1.173.804,00

b

de externe rentebaten

 -/- 

0,00

Saldo rentelasten en rentebaten

1.173.804,00

c1

De rente die aan de grondexploitatie

moet worden doorberekend:

         131.194

c2

De rente van de projectfinanciering die aan

het betreffende taakveld moet worden

toegerekend

         113.209

         244.403

                  -244.403

Aan taakvelden toe te rekenen externe rente

                    929.401

d1

Rente over eigen vermogen

d2

Rente over voorzieningen

                1.325.778

Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente

                2.255.179

e

De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

 -/- 

                2.086.443

f

Renteresultaat op het taakveld treasury

                  -168.736

Deze pagina is gebouwd op 05/29/2020 08:31:57 met de export van 05/29/2020 08:29:36